Bijna elke klant die voor het eerst een colocatie-offerte ziet, stelt dezelfde vraag: als ik mijn servers op twee voedingen aansluit, verbruik ik dan ook twee keer zoveel stroom? Het antwoord is nee — en het waarom daarvan legt meteen uit hoe stroom in een datacenter is opgebouwd.
Waarom er twee feeds zijn
In het datacenter loopt de stroom via twee onafhankelijke paden naar je rack: de A-feed en de B-feed. Ze komen uit gescheiden verdeelkasten, hangen aan gescheiden noodstroomvoorziening en komen los van elkaar je rack binnen, elk op een eigen PDU.
Dat is geen luxe maar onderhoudbaarheid — en redundantie is veiligheid. Aan een verdeelkast moet af en toe gewerkt worden, en een UPS moet getest. Met twee paden kan de ene helft van de keten uit terwijl jouw apparatuur gewoon doordraait op de andere. Hetzelfde geldt als er onverwacht iets stukgaat: één pad weg is dan een gebeurtenis in de logging, geen storing.
Twee voedingen, één verbruik
Een server met twee voedingen trekt niet twee keer zoveel stroom. De twee voedingen delen de belasting: verbruikt de machine 400 watt, dan komt daar grofweg 200 watt per feed vandaan. Samen nog steeds 400.
Valt de A-feed weg, dan neemt de B-feed het volledig over — die 400 watt gaat dan in zijn geheel over één pad. Voor de server verandert er niets; die merkt er niets van, en dat is precies de bedoeling.
Wat je meter telt is dus hetzelfde, ongeacht of je op één of twee feeds hangt. Redundantie kost geen extra kilowatturen.
Waar wél iets verloren gaat
Er is één plek waar een dubbele opstelling je toch geld kost, en die zit niet op de meter maar in het rendement van de voedingen zelf.
Een voeding is niet op elk belastingniveau even efficiënt. Het gunstigste punt ligt grofweg tussen 50 en 75 procent van waar hij op gebouwd is; daaronder zakt het rendement, en onder de 20 procent zakt het bij alles behalve de zwaarste certificering onder de 80 procent.
In een redundante opstelling draagt elke voeding maar de helft. Een server die in totaal een derde van zijn voedingscapaciteit trekt, laat beide voedingen dus op een zesde draaien — precies in het gebied waar het rendement wegloopt. Wat daar verloren gaat, verdwijnt als warmte, en die warmte betaal je twee keer: een keer op je meter en een keer in de koeling.
Het 80 PLUS-programma meet redundante voedingen daarom expliciet óók op 10 procent belasting. Titanium moet daar nog 90 procent halen; de lichtere certificeringen mogen er flink onder zakken.
De praktische conclusie is niet "neem dan maar één feed", maar: dimensioneer je voedingen niet royaler dan nodig. Een zwaardere voeding "voor de zekerheid" kost je rendement op elk uur van het jaar.
Maar capaciteit reserveer je wel dubbel
Hier zit de nuance die de eerste vraag toch niet helemaal onzinnig maakt. Want als de B-feed in zijn eentje je volledige belasting moet kunnen dragen, dan moet die capaciteit er ook zijn — de hele tijd, ook als hij normaal maar de helft doet.
Die ruimte wordt voor jou vrijgehouden en kan niet aan iemand anders worden verkocht. Dat is waar je voor betaalt bij redundantie: niet voor extra verbruik, maar voor gereserveerde capaciteit die er moet zijn op het moment dat de andere kant uitvalt.
Vandaar dat een colocatie-offerte twee stroomregels kent:
- Een gebruiksrecht per kW — de capaciteit die voor je wordt vrijgehouden, of je hem nu vol trekt of niet.
- Het werkelijke verbruik per kWh — wat je meter daadwerkelijk telt.
Aansluitwaarde is niet hetzelfde als verbruik
De volgende valkuil: klanten schatten hun verbruik op basis van wat er op het typeplaatje staat. Dat getal is de maximale opname van de voeding, niet wat de machine doet.
Een server die op papier 750 watt kan trekken, zit in de praktijk vaak rond de 200 tot 300 watt — en piekt alleen naar boven onder zware belasting. Reserveer je capaciteit op basis van typeplaatjes, dan betaal je structureel voor lucht.
Andersom is te krap reserveren geen optie. Je aansluitwaarde is een harde grens met een zekering erachter, en die onderhandelt niet. Ga je eroverheen, dan valt de groep — en bij een dubbele opstelling betekent dat: eerst de ene kant, en zodra de andere feed de hele last overneemt, vaak ook die.
Vuistregels die in de praktijk werken:
- Meet, schat niet. Draaien de machines al ergens? Lees dan een week af onder normale belasting.
- Reken piekbelasting mee, niet piekvermogen. Wat gebeurt er tijdens de nachtelijke backup of de maandafsluiting?
- Neem geplande uitbreidingen mee. Extra schijven en een zwaardere CPU tikken door, en je aansluitwaarde aanpassen is geen kwestie van even bellen.
Stroom bij Xyphen IT
Bij colocatie leveren wij standaard een A- en een B-feed op gescheiden PDU's, en we denken mee over de aansluitwaarde die bij je werkelijke verbruik past — niet bij de som van je typeplaatjes. Weet je je verbruik nog niet precies, dan kunnen we het eerst een periode meten en de afspraak daarna vastleggen.
Dat werkt hetzelfde als bij bandbreedte: je legt een niveau vast en meerverbruik rekenen we achteraf na. Hoe dat afrekenen precies gaat, staat in 95e-percentielafrekening uitgelegd.
Benieuwd wat jouw opstelling nodig heeft? Vraag een voorstel aan of neem contact op — dan rekenen we het door.