Begrippen, kort uitgelegd.
De vaktermen die je in onze artikelen tegenkomt, in een of twee zinnen. In een artikel zie je de uitleg ook als je over een onderstreept woord beweegt.
- AS-nummer (ASN)
- Uniek nummer van een netwerk (autonomous system) op internet. Nodig om met BGP je eigen routes aan andere netwerken door te geven.
- AS-SET
- Object in een IRR-database dat opsomt welke AS-nummers achter een netwerk zitten. Providers bouwen er prefixfilters mee.
- ASPA
- Autonomous System Provider Authorization: een RPKI-object waarin je vastlegt wie je upstreams zijn, zodat anderen route leaks en vervalste paden kunnen herkennen.
- BFD
- Bidirectional Forwarding Detection: een lichtgewicht protocol dat binnen een seconde ziet dat een verbinding niet meer werkt, zodat BGP sneller kan omschakelen.
- BGP
- Border Gateway Protocol: het routeringsprotocol waarmee netwerken op internet elkaar vertellen welke IP-ruimte ze bereiken.
- Blackholing (RTBH)
- Al het verkeer naar één aangevallen IP-adres weggooien, zodat de rest van je netwerk bereikbaar blijft. Het laatste redmiddel bij een DDoS-aanval.
- CAMT.053
- Internationaal XML-formaat voor bankafschriften. De opvolger van MT940 en het formaat dat Odoo aanraadt voor het importeren van afschriften.
- CVE
- Common Vulnerabilities and Exposures: het publieke nummer van een bekende kwetsbaarheid, zoals CVE-2024-12368.
- DDoS-aanval
- Een aanval waarbij veel systemen tegelijk verkeer naar één doel sturen, met als doel dat de verbinding of dienst bezwijkt.
- Digipoort
- De digitale postbus van de overheid, beheerd door Logius. Via Digipoort gaan onder meer btw-aangiftes met SBR naar de Belastingdienst.
- DMARC
- DNS-record waarin je vastlegt wat ontvangers moeten doen met mail die niet aantoonbaar van jouw domein komt: niets, in quarantaine of weigeren (p=reject).
- ECMP
- Equal-Cost Multi-Path: een router verdeelt verkeer over meerdere even goede paden tegelijk, in plaats van er één te kiezen.
- Edge
- De rand van een netwerk: de routers en firewalls waar verkeer van en naar internet binnenkomt. Daar hoort DDoS-mitigatie te zitten.
- Escalatiematrix
- Overzicht van wie je bij een incident belt, via welk kanaal, en wie de volgende is als die niet reageert, per leverancier en per dienst.
- EVPN
- Ethernet VPN: een techniek om Layer 2- en Layer 3-netwerken over een gedeeld IP-netwerk door te trekken, bijvoorbeeld van je rack naar een internet exchange of een andere locatie.
- FlowSpec
- Uitbreiding op BGP waarmee je filterregels verspreidt, zoals "gooi UDP-verkeer naar poort 123 voor dit adres weg", in plaats van een heel adres te blackholen.
- Full table
- De volledige routetabel van internet, die je via BGP van je transitprovider ontvangt. Het alternatief is alleen een default route.
- GLN-code
- Global Location Number: een uniek nummer van 13 cijfers (van GS1) voor een organisatie of een specifieke locatie, zoals een afleveradres. Bij e-facturen via Peppol gebruiken sommige afnemers het om precies aan te geven waar geleverd of gefactureerd wordt.
- Graceful shutdown
- Vóór onderhoud een BGP-sessie met de community 65535:0 minder aantrekkelijk maken, zodat verkeer al omgeleid is voordat de sessie echt dichtgaat.
- IAP-credits
- In-App Purchase-credits van Odoo: tegoed waarmee je betaalt voor diensten die Odoo voor je uitvoert, zoals sms, documentherkenning en sinds Odoo 20 de AI-functies.
- Internet exchange (IX)
- Een knooppunt waar netwerken via één poort met veel andere netwerken tegelijk verkeer uitwisselen (peeren), zoals AMS-IX of NL-ix.
- IP-transit
- Een dienst waarmee een provider jouw netwerk verbindt met de rest van het internet, via BGP of met een default route.
- IRR
- Internet Routing Registry: databases (zoals die van RIPE) waarin netwerken vastleggen welke prefixen ze aankondigen. Bron voor prefixfilters.
- LIR
- Local Internet Registry: een lid van RIPE NCC dat IP-ruimte en AS-nummers beheert en voor anderen kan aanvragen (sponsoren).
- MCP
- Model Context Protocol: een open standaard waarmee een AI-assistent gegevens en functies uit andere systemen kan gebruiken, zoals je netwerk of je Odoo-database.
- Multihoming
- Je netwerk via twee of meer providers met internet verbinden, met BGP en een eigen AS-nummer, zodat het uitvallen van één provider je niet offline haalt.
- NOC
- Network Operations Centre: bewaakt de beschikbaarheid en werking van netwerken en reageert op storingen. Iets anders dan een SOC.
- OCA
- Odoo Community Association: de vereniging die open-sourcemodules voor Odoo onderhoudt, waaronder een deel van de Nederlandse lokalisatie.
- Passkey
- Inloggen met een cryptografische sleutel op je apparaat in plaats van een wachtwoord. Bestand tegen phishing, omdat de sleutel alleen bij de echte website werkt.
- Peering
- Twee netwerken wisselen rechtstreeks verkeer uit voor elkaars klanten, meestal zonder kosten per Mbit. Anders dan transit krijg je er niet het hele internet mee.
- Peppol
- Europees netwerk en standaard om e-facturen en andere documenten tussen boekhoudsystemen uit te wisselen, via aangesloten access points.
- PI-ruimte
- Provider Independent-adresruimte: IP-adressen die aan jouw organisatie zijn toegewezen in plaats van aan je provider, zodat je ze meeneemt als je wisselt.
- Privé-AS-nummer
- AS-nummer uit een gereserveerde reeks (64512 tot 65534) dat niet op internet mag verschijnen. Bruikbaar voor BGP met één provider, die het nummer weghaalt voordat je routes verder gaan.
- PSD2
- Europese betaalrichtlijn die banken verplicht om, met jouw toestemming, rekeninggegevens te delen met andere partijen. Basis van bankkoppelingen; de toestemming verloopt na 180 dagen.
- RGS
- Referentie GrondslagenSchema: een Nederlands standaard-rekeningschema, zodat administraties en rapportages onderling vergelijkbaar zijn.
- ROA
- Route Origin Authorisation: een ondertekend RPKI-object dat zegt welk AS-nummer een prefix mag aankondigen.
- Routing policy
- De regels waarmee een netwerk bepaalt welke routes het aanneemt, prefereert en doorgeeft, en aan wie. RIPE NCC vraagt die bij de aanvraag van een AS-nummer.
- RPKI
- Resource Public Key Infrastructure: ondertekende gegevens over wie welke IP-ruimte mag aankondigen. Netwerken gebruiken het om vervalste routes te weigeren.
- RTO en RPO
- Recovery Time Objective (hoe lang herstel mag duren) en Recovery Point Objective (hoeveel data je maximaal kwijt mag raken). Pas betekenisvol als je ze getest hebt.
- SBR
- Standard Business Reporting: de Nederlandse standaard om rapportages zoals de btw-aangifte als XBRL rechtstreeks uit je boekhouding naar de overheid te sturen.
- SOC
- Security Operations Centre: bewaakt systemen op aanvallen en misbruik en onderzoekt beveiligingsincidenten. Iets anders dan een NOC.
- Unseal key
- Sleutel (of een deel ervan) die nodig is om een versleutelde kluis, zoals HashiCorp Vault of OpenBao, na een herstart weer te openen. Zonder die sleutel is een teruggezette back-up onbruikbaar.
- VIP
- Virtueel IP-adres dat niet aan één machine vastzit, maar meeverhuist naar de router of server die op dat moment actief is.
- VRRP
- Virtual Router Redundancy Protocol: twee of meer routers delen één gateway-adres. De master beantwoordt het; valt die weg, dan neemt een andere router het over.
- XAF-auditfile
- XML Auditfile Financieel: een Nederlands exportformaat van je grootboek en boekingen, voor de accountant of de Belastingdienst.
Mis je een begrip?
Laat het weten, dan voegen we het toe. Of stel je vraag direct aan een van onze engineers.